Artikelnummer: 97101
AL PIEMONTE Sinfonico Trittico”

Carlo Alberto Pizzini geboren te Rome op 22 maart 1905 volgde eerst een opleiding als electricien om zich dan op zijn 20e volledig aan de muziek te wijden, waar hij zich voordien alleen in zijn vrije tijd mee bezig hield. Hij studeerde compositie bij resp. Professor Dobici en Respighi en behaalde aan het con-servatorium van Bologna zijn diploma. Er volgden meerdere studies en onderscheidingen, o.a. aan het conservatorium van Rome, waar hem de prijs van het Ministerie van Onderwijs toegekend werd. In 1942 kent de koninklijke academie Pizzini een aanmoedigingsprijs voor zijn compositie-methode, welke door talrijke instituten in binnen- en buitenland vertolkt wordt. In datzelfde jaar wordt Pizzini lid van de koinklijke academie Santa Cecilia in Rome. In 1948 wordt hij lid van het centraalcomité voor het Heilige Jaar en verleent hij zijn mede-werking aan de kerkmuziekcommissie. In 1949 wordt Pizzini door het Ministerie van Onderwijs in Frankrijk tot Officier d'Académie benoemd en in 1955 wordt hem door de bondspresident van Duitsland de Duitse orde van verdienste toegekend. Carlo Alberto Pizzini is in 1981 op 76-jarige leeftijd overleden. Het werk Al Piemonte is geïnspireerd op het verhaal van de prachtige natuur en het werken in de wit-gloeiende hitte in deze mooie streek aan de voet van de bergen. De romeine inwoner componeerde dit werk tijdens één van zijn langere verblijven in Piemonte. De compositie is beschreven in een analytisch artikel van Attilio Cimbro (gepubliceerd in de Rassegna Dorica van februari 1941), waaruit de volgende passage is overgenomen. In het eerste van de drie verhalende delen is vastgelegd wat Pizzini zo in Piemonte aantrok: de grote aspiraties en worstelingen, samengesteld tot een schitterende glorie van de schoonheid van de bergen en dalen en de vruchtbaarheid van de streek. Tot slot de vlijt en volharding van de mensen en hun onvermoeide werken op het veld en in hun kantoren. In het eerste deel Insegne gloriose (insegna = banier, uithangbord) heeft het thema in de trompetten en trombones een feestelijk karakter.Met terugkerende, geheel of gedeeltelijke, cycli in alle drie de delen verwarmt hij de atmosfeer. Zo wordt Insegne gloriose puur onderhoudend, met het karakter van een herinnering en een wenk, de verrukking opwekkend van het berglandschap. In het tweede deel Notturno sulle Alpi (nacht op de alpen) maakt zich een zingende melodie los met als principe een sopraan saxofoon, waarin later de klarinetten en hoorns een andere melodie laten vervloeien. Dit wordt intenser herhaald in een mooi crescendo. De zeer karakteristieke fragmenten van het specifieke thema van Notturno vervolmaken uiteindelijk de zingende lijn in achtereenvolgens de klarinet, hobo, hoorn en fluit. Het derde deel Macchine e cuori (machines/auto's en harten/karakters) begint met een volhardend hameren in de bassen, waarbovenop dissonanten in de trombones in één lijn neerdalen. Vervolgens beweegt zich een heftige zin die terugkeert bij de spieren van de robuste, vasthoudende dagloner. De chromatische toonladders in de lichte instrumenten en hoorns completeren het deel tot een duizelingwekkend gevoel van één brok energie, van koortsige activiteit. Naar het einde toe is het polichrome geraas van de fabriek superieur boven de zingende lijn: meer dan alle eerdere zinnen accentueerden, blijkt het beginthema van dit drieluik de compositie af te sluiten met een apotheose.


 



© Mythen Hollanda